Bereikbaarheid van netwerken

Bereikbaarheid van netwerken

Nederland is een netwerkland. Via een fijnmazig netwerken variërend van autowegen tot fietspaden en van vliegvelden tot ondergrondse energiesystemen staan wij met elkaar en de wereld in verbinding. Het gebruik van en de eisen aan deze netwerken zijn echter aan verandering onderhevig. Technologische innovatie, economische verschuivingen en maatschappelijke veranderingen dwingen hiertoe. Voorbeelden hiervan zijn de zelf rijdende auto, smart cities, veranderingen in bevolkingstoename per regio en verschuiving in de mobiliteitsvraag.

Naast deze veranderingen neemt ook de complexiteit en de behoefte aan flexibiliteit van netwerken toe. Dit vraagt wat van de ruimtelijke inpassing van de netwerken, maar heeft ook indirect effect op ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke kwaliteit. Zo geldt voor krimpregio’s dat goede netwerkrelaties cruciaal is voor het voortbestaan van de leefbaarheid en de kwetsbare economie in die gebieden, terwijl er in de stedelijke regio’s juist een toenemende druk op de schaarse ruimte komt te staan.

Antea Group houdt zich op het gebied van netwerken bezig van het uitwerken van concepten (o.a. smart-cities, impact elektrische fiets) tot het realiseren van nieuwe infrastructuur (o.a. auto, spoor en fiets). Binnen deze bandbreedte vallen veel van onze activiteiten, zoals MIRT-verkenningen, tracéstudies, m.e.r., inpassingsplannen, ontwerp, MKBA, haalbaarheidstudies, governance/stakeholdermanagement en omgevingsmanagement.

Daarnaast houdt Antea Group zich ook bezig met vragen, zoals:

  • Welke ontwikkelingen zijn er in het gebruik van data voor ruimtelijke planvorming en wat betekenen die?
  • Welke invloed hebben technologische innovaties in de automobielindustrie op het wegennetwerk in ons land en in onze steden?
  • Wat zijn de effecten van sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen als toename van fietsgebruik en autodelen op onze steden?
  • Welke ruimtelijke implicaties heeft de toenemende complexiteit van energienetten?
  • Wat betekent de transitie naar duurzame vormen van energie voor de ruimtelijke kwaliteit?