De Omgevingswet kan grote gevolgen hebben voor het lokale bodembeleid. Daarom is het nodig om het bodembeleid van gemeentes te toetsen aan de Omgevingswet. En met die opdracht kwam DCMR Milieudienst Rijnmond bij ons: het in beeld brengen van mogelijke ‘hiaten’ in het bodembeleid na invoering van de Omgevingswet. Hoe dat zit? Lees het hieronder. 

Bodem in de Omgevingswet

De gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op beleid voor de bodem zijn groot. Zo is de Omgevingswet direct van invloed op verschillende gemeentelijke regels en verordeningen. Sommige onderdelen van met name het lokale bodembeleid blijven van kracht onder de Omgevingswet. Andere regels verliezen juist hun grondslag. Zo kan een hiaat in het bodembeleid ontstaan, wat mogelijk gevolgen heeft voor het toezicht en de handhaving. 

Eigen accenten gemeentelijk bodembeheer

DCMR is de gezamenlijke omgevingsdienst van de provincie Zuid-Holland en vijftien gemeenten, die hun eigen accenten in het bodembeheer hebben bepaald. De omgevingsdienst vond het van groot belang het bestaande bodembeleid te analyseren en te bepalen waar het lokale bodembeleid haar grondslag verliest bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. DCMR heeft daarom de expertise van Antea Group ingeschakeld. Antea Group heeft al diverse vergelijkbare opdrachten uitgevoerd voor omgevingsdiensten, waaronder de omgevingsdiensten Midden- en West-Brabant en IJmond.

Bij het bodembeleid in relatie tot de Omgevingswet hebben omgevingsdienst en gemeenten nu helder voor ogen op welke onderdelen de juridische grondslag wegvalt


Ivar Lanting
senior adviseur Milieu

Juridische grondslag bodembeleid in Omgevingswet

Antea Group heeft alle beleidstukken en nota’s betreffende het bodembeleid van betrokken gemeenten onderzocht en de juridische grondslag van het bodembeleid getoetst aan de Omgevingswet. “Daarbij kwamen talloze onderwerpen aan de orde. Van de hoeveelheid bodemvreemd materiaal in een toe te passen partij grond tot PFAS-beleid. Al deze aspecten hebben we gespiegeld aan de inhoud van de Omgevingswet”, vertelt Ivar Lanting, senior adviseur Milieu bij Antea Group. ”Het resultaat is dat de omgevingsdienst en de gemeenten, die het bodembeleid op- en vaststellen, nu helder voor ogen hebben op welke onderdelen de juridische grondslag wegvalt en hoe medewerkers hiermee om kunnen gaan.” Nu Antea Group de gevolgen van de Omgevingswet op het lokale bodembeleid in kaart heeft gebracht, hebben gemeenten een leidraad om efficiënt met het bodembeleid aan de slag te gaan.

Uniformiteit in bodembeleid

Daar komt bij dat DCMR Milieudienst Rijnmond en de aangesloten gemeenten nu kunnen toewerken naar uniformiteit in bodembeleid. “Dit is voor een omgevingsdienst erg belangrijk, want dit maakt toezicht en handhaving eenduidig. Door een zoveel mogelijk gelijkgesteld toetsingskader kan de DCMR Milieudienst Rijnmond eenvoudiger procedures doorlopen. Wij zijn trots dat Antea Group hieraan een substantiële bijdrage heeft mogen leveren”, besluit Lanting.

Met dit project dragen wij bij aan SDG 6 – Schoon water en sanitair, SDG 9 - Industrie, innovatie en infrastructuur, SDG11 - Duurzame steden en gemeenschappen