Nederland bouwt steeds meer windenergiegebieden ver op zee. Deze megaparken brengen nieuwe veiligheidsrisico’s voor de scheepvaart met zich mee én hiermee nieuwe uitdagingen voor Search and Rescue-operaties (SAR). Antea Group onderzocht in opdracht van Rijkswaterstaat de mogelijkheden om SAR-inzetten rondom windenergiegebieden ver op zee te verbeteren.

Windenergiegebieden en veiligheid

Voor onze westkust en noordelijk van de Waddeneilanden staan de komende jaren meerdere windenergiegebieden gepland. Deze megaparken zijn voor de scheepvaartveiligheid een factor om rekening mee te houden, vertelt Martijn van Nieuwenhuijze, senior adviseur veiligheid bij Antea Group. “Ze vormen nieuwe obstakels voor de scheepvaart en brengen nieuwe bedrijvigheid met zich mee. Dit vergroot de kans op incidenten waarbij zoek- en reddingsacties nodig zijn om mensen op zee in veiligheid te brengen.”

Incidentbestrijding op zee: ‘alles draait om tijd’

De vraag is hoe je bij een incident ver op zee zo snel mogelijk hulpverlening organiseert. Bob Klaver, senior adviseur scheepvaart bij Rijkswaterstaat: “Bij zo’n incident is tijd de cruciale factor tussen wél of niet gevonden worden. Het kost hulpdiensten vanaf het land veel tijd om zo’n verafgelegen windenergiegebied te bereiken. Een SAR-helikopter doet er zomaar anderhalf uur over om ter plekke te zijn. Daarnaast zijn windenergiegebieden lastig te doorzoeken gezien hun enorme oppervlakte.”

Vergroten reddingscapaciteit op zee

In het kader van het Monitoring & Onderzoeksprogramma Scheepvaart-veiligheid Wind op Zee (MOSWOZ) ontstond behoefte aan een onderzoek naar het vergroten van reddingscapaciteit. Van Nieuwenhuijze: “In Nederland is dit een nieuw onderwerp. Daarom kozen wij, naast deskresearch, voor een aanpak waarin we met zoveel mogelijk stakeholders hebben gesproken. Hoe is de hulpverlening nu geregeld, welke vliegende en varende capaciteit is er beschikbaar, hoe kun je samenwerken? Erg waardevol waren de interviews met vertegenwoordigers uit Groot-Brittannië en Duitsland. Daar hebben ze al ervaring met dit vraagstuk.”

Scheepvaartveiligheid: drie schillen

Het onderzoek resulteerde in 19 aanbevelingen verdeeld over vijf thema’s: normering, monitoring, windparkinrichting, ontwikkeling van vaartuigen en samenwerking. Kapstok hierin is de ‘schillenbenadering’, waarin drie schillen een rol in de hulpverlening spelen. Van Nieuwenhuijze: “Allereerst is het belangrijk dat de mensen op het schip of de werkplek met een hulpvraag voldoende reddingsmiddelen hebben. Vervolgens kunnen ze een beroep doen op schepen in de buurt. Daarna op de hulpdiensten die de overheid organiseert: de Kustwacht, SAR-helikopter, KNRM of een andere private hulpverleningsdienst.”

Van corridor tot noodsleepboot

Het rapport benoemt per thema concrete maatregelen. Van Nieuwenhuijze: “Een mooi voorbeeld is de ontwikkeling van SAR-corridors in windparken: obstakelvrije banen van minimaal 500 breed die zoekacties in zo’n megapark, ook in slechte weersomstandigheden, makkelijker maken. Op het Britse deel van de Noordzee worden windparken al op deze manier ingericht. Een andere aanbeveling is om noodsleepboten, uit te rusten met SAR-materieel. Zo heb je op zee al meer mogelijkheden om een SAR-inzet organiseren.

Lees alles over het onderzoek en de uitkomsten op de website van het Noordzeeloket

Aan de slag met de aanbevelingen

“Een goede verkenning”, concludeert Klaver. “Het rapport maakt duidelijk dat eigen verantwoordelijkheid belangrijk is voor mensen die ver op zee werken en varen. Maar het biedt eveneens handvatten waarmee we de reddingscapaciteit op korte termijn kunnen vergroten.” Het team van MOSWOZ gaat dan ook aan de slag met deze aanbevelingen. Klaver: “Ik ga met stakeholders in gesprek over de aanbevelingen die al uitgevoerd kunnen worden. Denk aan de inrichting van windenergiegebieden, maar ook over trainingen en communicatieoefeningen.”

MOSWOZ

Van Nieuwenhuijze presenteerde het rapport in januari 2024 tijdens het MOSWOZ-symposium. “De uitkomsten en de aanbevelingen werden door alle partijen herkend en erkend. Vooral ook het inzicht dat incidenten ver op zee om zelf- én samenredzaamheid vragen. Kortom, er is voldoende draagvlak om het thema SAR met elkaar verder in te vullen.”