OMGEVINGSWET VRAAGT ANDERE HOUDING VAN ALLE GEBRUIKERS

OMGEVINGSWET VRAAGT ANDERE HOUDING VAN ALLE GEBRUIKERS

Door Saskia Buitelaar | Binnenlands Bestuur

4 oktober 2013

De vele knelpunten waar gemeenten en andere gebruikers tegenaan lopen in het omgevingsrecht, zijn niet op te lossen met enkel nieuwe regelgeving. Dat vraagt om een gedragsverandering bij ambtenaren en andere gebruikers van het omgevingsrecht. ‘Een houding van er samen uit willen komen’.

Meer dan vijfhonderd knelpunten

Dat zegt Robert Forkink van ingenieursbureau Antea Group, dat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) onderzoek deed naar de knelpunten in het huidige omgevingsrecht. Forkink en zijn medeonderzoeker Edwin Oude Weernink ontdekten er meer dan vijfhonderd, zowel op het gebied van financiën, draagvlak, procedures en doorlooptijden. Een enorm aantal, vindt Forkink. ‘Maar dan heb je het over problemen waar gemeenten, bedrijven en initiatiefnemers over de hele breedte van het huidige omgevingsrecht tegenaan lopen. De lijn die je erin kunt ontdekken is dat bij alle partijen het gevoel bestaat dat er veel hindernissen moeten worden genomen om ruimtelijke plannen te realiseren.’

Probleem is kennis en kunde

Het grootste probleem zit hem daarbij in de toepassing van kennis en kunde, stelt Forkink op basis van het onderzoek. En dat heeft weer te maken met de grote complexiteit van de regelgeving. Die wordt daardoor ook complex toegepast, blijkt uit de studie. Vanwege die complexiteit, past het lokaal bevoegd gezag een hele strikte interpretatie van de regels toe en dat brengt initiatieven tot stilstand.’

Onnodig onderzoek gevraagd

Zo wordt vaak om extra onderzoek gevraagd, dat wettelijk niet nodig is. Geluidsonderzoek of verkeerstellingen bijvoorbeeld, zegt Forkink. ‘Dan ligt er onderzoek van twee jaar oud en vraagt de gemeente om voor de zekerheid opnieuw onderzoek te doen. Indieners gaan daar mee akkoord, omdat ze geen conflict willen met hun vergunningverlener. Maar daardoor is de regelgeving niet voorspelbaar. De uitdaging van de nieuwe Omgevingswet is om de voorspelbaarheid terug te brengen.’

Instrumenten en gedragsverandering

De nieuwe structuren en instrumenten die zijn beschreven in de toetsversie van de Omgevingswet zullen daarbij helpen. Meer vergunningen kunnen straks worden afgedaan als melding, waarbij duidelijk is wat de landelijke normen zijn. Behandeling gebeurt binnen acht weken in plaats van 26 en er is geen bezwaar en beroep mogelijk. Maar de Omgevingswet vraagt ook om een gedragsverandering, die past bij de nieuwe filosofie; niet langer ‘nee, tenzij’, maar ‘ja, mits’. De nieuwe eisen die straks worden gesteld aan ambtenaren die werken met het omgevingsrecht moeten ervoor zorgen dat de mensen achter het loket de nieuwe kwaliteit ook kunnen bieden. Hoe precies, zal straks duidelijk worden in de uitwerking van de uitvoeringsregels.

Adviezen voor uitvoeringsregels

In het rapport doet Antea Group aanbevelingen om bij de uitwerking van de Omgevingswet in uitvoeringsregels (AMvB’s) zeven sturende principes te hanteren. Zo moeten uitvoeringsregels zich verhouden tot het doel (proportionaliteit), ze moeten uitvoerbaar zijn, er moet meer verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer worden gelaten en procedures mogen niet overbodig zijn. De sturende principes moeten ervoor zorgen dat de vele uitvoeringsregels bij elkaar straks het omgevingsrecht niet nog ingewikkelder maken, maar daadwerkelijk eenvoudiger en beter.

Bron: Binnenlands bestuur